SluitenHelpPrint
Switch to English
Cursus: INFOOZP
INFOOZP
Onderzoeksproject
Cursus informatieRooster
CursuscodeINFOOZP
Studiepunten (ECTS)15
Categorie / Niveau3 (Bachelor Gevorderd)
CursustypeEindscriptie
VoertaalNederlands
Aangeboden doorFaculteit Betawetenschappen; Onderwijsinstituut Informatica;
Contactpersoondrs. M. Ghoreshi
Telefoon+31 30 2539110
E-mailm.ghoreshi@uu.nl
Docenten
VorigeVolgende 5
Docent
dr. R.S. Batenburg
Overige cursussen docent
Docent
dr. ir. R.J. Beun
Overige cursussen docent
Docent
dr. R. Bos
Overige cursussen docent
Docent
dr. L. Breure
Overige cursussen docent
Docent
prof. dr. S. Brinkkemper
Overige cursussen docent
Blok
Onbekend
Aanvangsblok
XJAAR
Timeslot-: Niet van toepassing
Onderwijsvorm
Voltijd
Opmerkinghttp://www.cs.uu.nl/education/vak.php?vak=INFOOZP&jaar=2009
Aanmeldingsprocedureadministratie onderwijsinstituut
Inschrijven via OSIRISJa
Inschrijven voor bijvakkersNee
VoorinschrijvingNee
WachtlijstNee
Plaatsingsprocedureadministratie onderwijsinstituut
Cursusdoelen
-
Inhoud

Bachelor onderzoeksproject

Zowel bij een extern als bij een intern onderzoeksproject moet de student een contract tekenen!
Het inleveren(voor de aanvang van het onderzoeksproject) van een getekend contract bij de projectcoördinator is een inspanningsverplichting: de studiepunten voor het vak worden niet toegekend als dit niet in orde is.

  1. Doel
  2. Vereisten
  3. Procedure
  4. Eisen bachelor scriptie
  5. Beoordeling

http://www.cs.uu.nl/education/vak.php?vak=INFOOZP&jaar=2009


  1. Doel
    Een bachelor onderzoeksproject heeft de volgende doelen:
    • Ervaring opdoen met het zelfstandig uitvoeren van een onderzoek.
    • Schriftelijk rapporteren over eigen onderzoek.
    • Kennis en vaardigheden die in de studie zijn opgedaan verdiepen of verbreden.
    • Oriëntatie op een mogelijke/toekomstige beroepspraktijk .

Het onderzoeksproject wordt als afsluiting van de bachelorstudie opgevat, als een proeve van bekwaamheid als academisch geschoold professional.


  1. Vereisten
    • Ingangseisen
      Een student kan zich inschrijven voor een onderzoeksproject:
      • Als zij/hij 120 studiepunten heeft behaald. Voor Informatiekunde studenten geldt dat Wetenschappelijke Onderzoeksmethoden moet zijn afgerond.
      • Een redelijk deel van de vakken die binnen de 120 studiepunten zijn afgerond zijn inhoudelijk gerelateerd aan het project. Dit is uiteindelijk ter beoordeling van de interne begeleider.
    • Inhoudelijke eisen
      • Door de student wordt er een heldere probleemstelling ten behoeve van het onderzoeksproject geformuleerd: deze probleemstelling kan verbonden zijn aan een theoretisch-, een ontwikkelings- of een implementatievraagstuk (zie ook "eisen aan een bachelorscriptie").
      • Het uitwerken of oplossen van deze probleemstelling gebeurt in ieder geval ook aan de hand van literatuurstudie.
      • De activiteiten die de student verricht, hebben een onmiskenbaar inhoudelijk verband met de opleiding Informatiekunde, dan wel Informatica.
    • Procedurele eisen
      • Een onderzoeksproject heeft een looptijd van één onderwijsperiode en heeft een omvang van 15 ECTS.
      • Een onderzoeksproject is een verplicht afstudeeronderdeel voor de bachelor opleiding Informatiekunde, en een keuze-onderdeel in de profileringsruimte voor de bachelor opleiding Informatica.
      • Een onderzoeksproject wordt individueel, of in tweetallen uitgevoerd. In overleg met een interne begeleider kan een project door meer dan 2 studenten worden uitgevoerd. Wordt het project in 2- of meertallen uitgevoerd, dan moet elke individuele bijdrage als zodanig in de bachelorscriptie herkenbaar zijn.
      • Bij een extern project is er een interne projectbegeleider en een externe projectbegeleider. De interne begeleider is een docent van ons departement, die de (inhoudelijke) begeleiding van een onderzoeksproject doet. De externe begeleider is een persoon, die door het bedrijf, de instelling of het instituut waarbij de student het onderzoeksproject doet, als (dagelijkse) begeleider wordt aangewezen. Bij een intern onderzoeksproject heeft de student alleen een interne begeleider.
      • De formele start van een project vindt plaats na het tekenen van een onderzoekscontract. Bij een extern onderzoek wordt het contract getekend door de projectcoördinator ( Masoud Ghoreshi ), de organisatie die als opdrachtgever optreedt, en de student. Bij een intern project wordt het contract getekend door de projectcoördinator en de student. Een contract kan pas worden getekend na goedkeuring van een werkplan door de interne begeleider die het werkplan dan van een handtekening voorziet: een ondertekend onderzoekscontract maakt deel uit van de inspanningsverplichting.
      • Het uitvoeren van een onderzoek en de verslaglegging daarvan maakt het grootste deel uit van de aan het project bestede tijd. Van het onderzoek wordt verslag gedaan in een scriptie. Over de verslaglegging van eventuele andere activiteiten worden met de interne begeleider afspraken gemaakt. Het project wordt afgerond met een beoordeling van de scriptie, en eventueel het ontwikkelde product, door de interne begeleider. De eventuele externe begeleider heeft alleen een adviserende stem bij de beoordeling.


 

  1. Procedure

    Intern onderzoeksproject
    • De student is de initiatiefnemer bij het zoeken en vinden van een onderzoeksproject, of wordt daarvoor uitgenodigd door een docent. Begin ruim van te voren met de voorbereiding: uiterlijk tot 3 weken voorafgaande aan de projectperiode moet er een keuze voor een onderzoeksproject gemaakt zijn. Eigen opdrachten of thema's kunnen in voorkomende gevallen ook welkom zijn. Een onderzoeksproject kan o.a. via het volgende adres gezocht worden:
    • De student schrijft zich via Osiris online in: vakcode: INFOOZP voor Informatiekunde en voor Informatica INFOBASCRI.
    • De student neemt contact op met de docent waarbij zij/hij een onderzoeksproject wil doen, en stemt met de docent af of dit inderdaad mogelijk is. Stemt de docent toe dan is deze nu de interne begeleider.
    • Als er een opdracht is bepaald stelt de student eerst een voorlopig werkplan op. Het werkplan bevat de volgende onderdelen:
      • Inleiding: korte beschrijving van de projectgever en de onderzoeksopdracht.
      • Probleemstelling: 4;tab-stops:list 72.0pt'>De student neemt contact op met de docent waarbij zij/hij een onderzoeksproject wil doen, en stemt met de docent af of dit inderdaad mogelijk is. Stemt de docent toe dan is deze nu de interne begeleider.
      • Als er een opdracht is bepaald stelt de student eerst een voorlopig werkplan op. Het werkplan bevat de volgende onderdelen:
      • Inleiding: korte beschrijving van de projectgever en de onderzoeksopdracht.
      • Probleemstelling: de onderzoeks-, ontwikkelings- of implementatievraag die aan het project wordt verbonden.
      • Verwachte output: wat gaat het project opleveren.
      • Aanpak: in welke stappen wordt de probleemstelling nader uitgewerkt of opgelost.
      • Literatuur: geef vast een aantal (suggesties voor) titels die relevant zijn voor het onderzoek.
      • Planning: wanneer worden welke stappen, die in de aanpak worden beschreven, afgerond. Een mijlpalenplanning verdient hier de voorkeur. Plan ook conceptproducten en de beoordeling daarvan, en afspraken over de begeleiding.
    • De student bespreekt de opdracht met de interne begeleider. Het werkplan wordt van feedback voorzien, en indien nodig aangepast.
    • De interne begeleider keurt het werkplan goed met een handtekening. Hiermee gaat de student naar de projectcoördinator. Het onderzoekscontract wordt nu getekend door de student zelf en door de projectcoördinator.
    • Nu is de voorlopige opdracht definitief geworden en kan het onderzoeksproject verder worden gepland en uitgevoerd.
    • Bij de uitvoering van het project hoort het schrijven van een scriptie. De interne begeleider zal de scriptie zo vaak als nodig is van commentaar voorzien. De commentaren worden verwerkt door de student totdat een te beoordelen eindversie is ontstaan.
    • Voorbeelden van scripties:
    • De scriptie moet uiterlijk aan het einde van de tentamenweek, of zoals overeengekomen tussen student en interne begeleider, bij de interne begeleider (docent) ingeleverd zijn.
    • De interne begeleider stelt de eindbeoordeling vast.
    • De student stuurt de elektronische (laatste)versie van zijn/haar scriptie aan de projectcoördinator: ozpc@cs.uu.nl. Indien de scriptie een vertrouwelijk deel bevat, wordt daarvan melding gemaakt in het onderzoeksverslag.
    • De student vult het evaluatieformulier in.



Extern onderzoeksproject

    • De student is de initiatiefnemer bij het zoeken en vinden van een onderzoeksproject. Begin ruim van te voren met de voorbereiding: we raden aan uiterlijk tot 3 weken voorafgaande aan de projectperiode een keuze voor een onderzoeksproject gemaakt te hebben.
    • Een onderzoeksproject kan o.a. via de volgende adressen gezocht worden:
    • De student schrijft zich via Osiris online in: vakcode: INFOOZP voor Informatiekunde en voor Informatica INFOBASCRI.
    • De student bezoekt de organisatie waar hij/zij het onderzoeksproject gaat uitvoeren. Het bezoek heeft een kennismakend en informerend karakter voor de student en de projectgever. In deze stap wordt de opdracht gedefinieerd: het kan zijn dat het bedrijf/de instelling al een opdracht klaar heeft.
    • Als er een opdracht is bepaald stelt de student eerst een voorlopig werkplan op. Het werkplan kan dus nog afgekeurd worden door de interne begeleider. Maak dit ook duidelijk aan een eventuele derde partij (een externe projectgever)!
      Het werkplan bevat de volgende onderdelen:
      • Inleiding: korte beschrijving van de projectgever en de onderzoeksopdracht.
      • Probleemstelling: de onderzoeks-, ontwikkelings- of implementatievraag die aan het project wordt verbonden.
      • Verwachte output: wat gaat het project opleveren.
      • Aanpak: in welke stappen wordt de probleemstelling nader uitgewerkt of opgelost.
      • Literatuur: geef vast een aantal (suggesties voor) titels die relevant zijn voor het onderzoek.
      • Planning: wanneer worden welke stappen, die in de aanpak worden beschreven, afgerond. Een mijlpalenplanning verdient hier de voorkeur. Plan ook conceptproducten en de beoordeling daarvan.
      • Afspraken over de voortgang en begeleiding: er wordt gestreefd naar minimaal 2 ontmoetingen tussen de interne en externe begeleider: een bij het begin (zie bovenstaand) en een gedurende het onderzoeksproject. Verder kunnen er meerdere voortgangsgesprekken en mijlpalen gepland worden.
    • Studenten Informatiekunde nemen vervolgens contact op met de contactpersoon van Informatiekunde ( Leen Breure ) voor het vinden van een interne begeleider. Studenten Informatica krijgen een interne begeleider toegewezen door de contactpersoon van Informatica ( Masoud Ghoreshi ). Hiertoe mailt de student het voorlopige werkplan naar de contactpersoon, met het verzoek een interne begeleider te vinden. De contactpersoon houdt bij het toewijzen van de interne begeleider rekening met de relatieve belasting van groepen en personen; voor de tijdsinvestering van de interne begeleider wordt 30 uur gerekend. Het kan dus voorkomen dat een onderzoeksprojectvoorstel niet gehonoreerd kan worden, doordat geschikte begeleiders niet beschikbaar zijn.
    • De student krijgt van de contactpersoon een interne begeleider toegewezen en bespreekt daarmee de opdracht. Daarnaast gaat de student eventueel samen met de interne begeleider naar de organisatie die als opdrachtgever optreedt: in de eerste ontmoeting tussen de interne begeleider, de externe begeleider en de student wordt de opdracht in detail besproken.
    • Het werkplan wordt aangepast, van feedback voorzien door de interne begeleider, indien nodig aangepast en dan afgestemd met de externe begeleider.
    • De interne begeleider keurt het werkplan goed met een handtekening. Hiermee gaat de student naar de projectcoördinator. Het onderzoekscontract wordt nu getekend door de student zelf, door de projectcoördinator (M. Ghoreshi), en door de externe begeleider.
    • Nu is de voorlopige opdracht definitief geworden en kan het onderzoeksproject verder gepland en uitgevoerd worden.
    • Bij de uitvoering van het project hoort het schrijven van een scriptie. De interne begeleider zal de scriptie zo vaak als nodig is van commentaar voorzien. De commentaren worden verwerkt door de student totdat een te beoordelen eindversie is ontstaan.
    • Voorbeelden van scripties:
    • De scriptie moet uiterlijk aan het einde van de tentamenweek, of zoals overeengekomen tussen student en interne begeleider, bij de interne begeleider (docent) ingeleverd zijn.
    • De externe begeleider heeft een adviserende rol: hij/zij geeft zijn/haar mening d.m.v. het invullen van het evaluatieformulier bestemd voor de externe begeleider.
    • De interne begeleider stelt in overleg met de externe begeleider de eindbeoordeling vast.
    • De student stuurt de elektronische (laatste)versie van zijn/haar scriptie aan de projectcoördinator: ozpc@cs.uu.nl.
      Indien de scriptie een vertrouwelijk deel bevat, wordt daarvan melding gemaakt in het onderzoeksverslag.
    • De student vult het evaluatieformulier in.


  1. Eisen bachelor scriptie
    • Vraagstelling
      In een onderzoeksproject wordt een onderzoek uitgevoerd, waarvan verslag wordt gedaan in een scriptie. Het uitvoeren en rapporteren van een onderzoek maakt het grootste deel uit van het onderzoeksproject. In het onderzoek wordt een onderzoeks-, ontwerp-, of ontwikkelingsvraagstelling opgesteld met een generiek aspect, waarna er methodisch naar een uitwerking en beantwoording van die probleemstelling wordt toegewerkt. In de aanpak wordt één van de hieronder genoemde methoden gebruikt, of een combinatie daarvan.
    • Methode
      • kwantitatief/hypothesetestend onderzoek: het opzetten en uitvoeren van een eenvoudig kwantitatief, (en/of) experimenteel testend onderzoek.
      • case study: het uitvoeren van een kwalitatieve studie, met als doel (inductief) een bijdrage te leveren aan (nieuwe) theorievorming (exploratief of evaluatief).
      • action research: programmatisch en cyclisch voorstellen en evalueren van een sociale/organisatorische verandering, waarbij zelf wordt deelgenomen aan die sociale/ organisatorische structuur. zie ook: Action learning & action research.
      • ontwerp/ontwikkelingsonderzoek (design research) : het beschrijven van een nieuw type probleem, het formuleren van een artefact (conceptuele constructie, model, methode, implementatie) dat mogelijkerwijs een (gedeeltelijke) oplossing van dit type probleem vormt, en het (beperkt) evalueren van dit artefact als oplossing. Analytisch/theoretisch onderzoek maakt hier ook deel van uit. Dit houdt in: de definitie van concepten en modellen ter beschrijving van een deel van de werkelijkheid, en de formele of informele exploratie van hun eigenschappen. Voorbeelden zijn: requirements analyse, use-case analyse, objectgeoriënteerd modelleren, wiskundig of logisch modelleren, specificatietechnieken, verificatiemethoden.
        zie ook: Design Research in Information Systems , Ontwerponderzoek.
      • literatuuronderzoek: een evaluatie (en vergelijking) van bestaand onderzoek met als doel het geven van overzicht en inzicht in de 'state-of-the-art' van een bepaald onderzoeksgebied, het ontwikkelen van een onderzoeksinstrument, etc..
    • Literatuurstudie
      In het onderzoeksproject wordt een literatuurstudie uitgevoerd, die de vraagstelling en de mogelijke oplossing van een heldere wetenschappelijke context voorziet. Hiertoe worden enkele wetenschappelijke publicaties bestudeerd, samengevat, en kritisch beschouwd.
    • Rapportage
      De scriptie bevat bij voorkeur de volgende onderdelen:
      • Voorwoord: bijvoorbeeld aanleiding, motivatie, dankzegging.
      • Samenvatting: een beknopte maar inzichtgevende samenvatting van de scriptie.
      • Inleiding: doel, wetenschappelijke motivatie, relevantie of toepassingscontext van het onderzoek, wat kan de lezer in de verschillende delen van de scriptie verwachten.
      • Probleemstelling: de onderzoeks-, ontwikkelings- of implementatievraag wordt helder geformuleerd en gerelateerd aan een theoretische context, en eventueel aan een (specifieke) toepassingscontext.
      • Aanpak: hier wordt een nadere uitwerking gegeven van de aanpak die is beschreven in het werkplan. De theoretische, toepassings-, en wetenschappelijke context worden nader uitgewerkt, (mede) aan de hand van literatuurstudie. De gevolgde methode wordt beschreven en gemotiveerd voor het verkrijgen van data, of het ontwerpen van een artefact, of het in gang zetten van een ontwikkeling (het kan zijn dat je hier 2 of meer hoofdstukken voor gebruikt).
      • Resultaten, oplossing, analyse: de gevonden data worden gepresenteerd en geanalyseerd, of de evaluatie van een voorgestelde oplossing of beoogde ontwikkeling.
      • Conclusies: een korte terugblik, eventueel discussie, conclusies en aanbevelingen voor verder onderzoek.
      • Literatuuroverzicht: spreek van te voren af welke referentiestijl zal worden gehanteerd (bijvoorbeeld APA of ACM ).


 

  1. Beoordeling


    Intern onderzoeksproject:
    De
    interne begeleider stelt na consultatie van een tweede docent een eindoordeel vast.

    Extern onderzoeksproject:
    De
    interne begeleider stelt in overleg met de externe begeleider een eindresultaat vast. De externe begeleider heeft slechts een adviserende stem en beoordeelt:
    zie: evaluatieformulier bestemd voor de externe begeleider

    Criteria voor het beoordelen van het onderzoeksproject

    Inleiding
    Hieronder volgt een lijst van relevante aspecten voor de beoordeling van het onderzoeksproject. Waarschijnlijk zullen voor geen enkel project al deze aspecten van toepassing zijn, gegeven het simpele feit dat ieder vakgebied, iedere onderzoeksvraag en iedere methode andere wetenschappelijke eisen stellen. Onderstaande lijst van aspecten, gevolgd door richtlijnen voor de cijferbeoordeling in de vorm van karakteristieke zinnetjes, kan echter wel een handvat zijn voor het beoordelen van het onderzoeksproject. Vanzelfsprekend blijft de docent verantwoordelijk voor het toegekende cijfer en kunnen aan het onderstaande in geen enkele situatie rechten worden ontleend.

    Aspecten



Beoordeling 5 of lager


Beoordeling 6


Beoordeling 7


Beoordeling 8


Beoordeling 9 of 10

Ingangseisen
Je moet minimaal 120 punten van het bachelor programma hebben behaald en er moet voldaan zijn aan de cursus:
- Wetenschappelijke onderzoeksmethoden (INFOWO)
Voorkennis kan worden opgedaan met
INFOWO
Verplicht materiaal
-
Werkvormen (aanwezigheidsplicht)
Stage (Verplicht)

Toetsen
Stageverslag
Weging100
Minimum cijfer6

SluitenHelpPrint
Switch to English